Genomineerd
Nachtboot   van Maria Barnas
Van Oorschot

Nachtboot van Maria Barnas is een bundel met scherpzinnige observaties over tijd en leegte, over kijken en ervaren, over dingen zien die men niet ziet. 'de toekomst ligt open als een greppel maar waar is de bodem', vraagt de dichter zich af. Dagelijkse dingen weet zij tot raadsels te maken in haar kalme verzen met steeds twee of drie regels bij elkaar gegroepeerd. Regels waarin klanken elkaar opzoeken en bevestigen, wat de gedichten een klassiek aanzien geeft. Maar laat u niet in slaap sussen, er zit een dreigen achter deze gedichten. Onheil klinkt en het is oorlog in het hoofd van de dichter en in haar kalme regels over 'Een boot die niets vervoert dan nacht'.

Uit het juryverslag bij de nominatie


Momenten


Dat iemand bij het ontwaken vraagt: Kun jij het begin vinden?
Dat iemand je zoon is.
Zijn hand nog warm van slaap.

Dat de tijd zich stervormig uitstrekt
naar alle keren dat de dingen zich moeilijk lieten hechten
of niet. De momentenlijn scheurt uit elkaar.
Kermend het plastic en van walvis
of was het konijn de lijm.

Laat los!

Dat iemand een man is die lacht
als je vraagt waarom lach je.
Zich omrolt.

De deken spreekt: Ik lach niet.

De werkelijkheid is een rolletje plakband
hoor je.

Ik kan het begin niet vinden.


© Maria Barnas
Nachtboot, Van Oorschot, Amsterdam 2018

Maria Barnas (1973) is dichter, schrijver, recensent en beeldend kunstenaar. Ze studeerde aan de Rietveld Academie en de Rijksakademie te Amsterdam. Haar poëziedebuut Twee zonnen (2003) werd bekroond met de C. Buddingh'-prijs, en in 2009 ontving zij de J.C. Bloemprijs voor Er staat een stad op (2007). Haar bundel Ja, ja, de oerknal werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2014.

Zowel haar werk als beeldend kunstenaar als haar poëzie gaat vaak over de weergave van de werkelijkheid in kunstvormen die deze werkelijkheid vervormen (‘Ik beweeg me tussen een boot en hoe deze is beschreven. / Tussen deze boten is ruimte’). Taal, het woord, taligheid en de materialiteit van taal is dan ook een belangrijk thema in Nachtboot, genomineerd voor De Grote Poëzieprijs. In het gedicht ‘Woordbij’, dat geïnspireerd is op een brief van Anne Sexton aan Sylvia Plath, schrijft Barnas:

‘Ze schreef me een bij.
Ik hoor de kwade vleugels’
[…]
Een woord is niet een bij.
Het ligt al dagen stil
in de vensterbank
zo licht van dood
dat ik het uit
wil spreken.’

Misschien juist vanwege de verraderlijkheid van taal als drager van betekenis, is de taal van Barnas helder. Enjambementen zijn er niet om het begrip en de betekenis te ontregelen, maar die te ondersteunen. Haar poëtische vorm in Nachtboot is consequent, met relatief korte regels en strofe van meestal twee of drie regels. Hierdoor vertoont de bundel een sterke samenhang.
De abstracte ‘taalthematiek’ vermengt Barnas met een persoonlijke benadering in intiemere gedichten, over verlangen, relaties en lichamelijkheid, over de dood en over angst voor een onzekere toekomst. Boeiende observaties tijdens een wandeling door Kreuzberg in Berlijn, de stad waar Barnas een periode woonde, leveren de sterke serie ‘Gute Nacht Einsamkeit’ op. ‘Het is de stad waar ik wel wil leven / maar ik blijf steken bij Klavierradikalismus.’ En ook hier is het de taal die in de weg staat.

Feline Streekstra