Genomineerd
Habitus  van Radna Fabias
De Arbeiderspers

Radna Fabias laat zich niets gelegen liggen aan vaste versvormen en vindt de poëzie opnieuw uit. Vitaal, ritmisch en klankrijk, is dit sterk aardse en lichamelijke poezie. Politieke poezie ook, omdat het gaat over thuishoren en erbij horen. Het geweld van het 'omgekneed' worden door een andere cultuur, het zelfverlies dat ermee gepaard gaat, de koloniale geschiedenis, een ongelijk heden: het staat erin maar is nergens eenstemmig of eenvoudig. Fabias spreekt niet namens anderen maar wel vanuit het perspectief van anderen. De gedichten gaan over vrouw zijn, zwart zijn, over je vijand die ook je geliefde is. Je hoort aan niets dat Habitus een debuut is, of het moet zijn in de volslagen oorspronkelijkheid, die een brug lijkt te willen slaan tussen de geest en het sappige, eenzame of geile lichaam. Iets waar Habitus ook echt in slaagt.

Uit het juryverslag bij de nominatie


gieser wildeman


gieser wildeman is een stoofpeer
ik ben een vrouw
dat is het dak van een drie eeuwen oud huis
ik ben een vrouw
dat is het troebele vocht dat uit een spaanse perzik langs zijn lippen loopt en ik ben helaas het vocht en de perzik en elk ander handzaam, zacht, zoet, sappig fruit want ik ben een vrouw en dat is het brilmontuur van een man van gemiddelde intelligentie, maar ik ben een vrouw en in mijzelf genoeg
er is geen leegte in mij
er is wel een schuilplaats een voorkamer een wachtruimte een plek
waar ik iemand kan ontvangen:
een man
het begin van een kind
de vingers van een vrouw
toch heb ik aan mezelf genoeg het maakt niet uit
hoeveel postmoderne gendertheorie ik aan mijn heupen hang het is aan mij te zien: ik ben een vrouw ik zou kunnen bestaan naast een man maar een man is geen lichaam
een man is geen brommende bastonen geen lage stem dikke armen stroeve vingers dikke huid geen baard een man is geen baard een man is ook geen vagevuur een man is geen lot
een man is geen huis om in te wonen een man is geen bed om op te liggen een man is geen werkverschaffing een man is geen afleiding een man is geen arbeidstherapie een man is geen raspaard een man is meer dan aanbiddende ogen in een gestolen nacht een man is geen kofferbak geen zwaailicht een man is geen diepe buiging voor mijn kruis een man
heeft ook gevoelens
denkt ook na
heeft ook pijn
soms weet hij zelfs waarom hij pijn heeft
een man is
geen vleeshaak geen fileermes geen geweer geen heet merkijzer geen heilig boek
een man is geen wapen geen hobby

een man is geen hobby
een man is geen hobby
een man is geen hobby

een man is geen strafregel
een man is geen troon om met gekruiste benen op te zitten als een dame
ik ben geen dame
ik ben een vrouw

© Radna Fabias
Habitus , De Arbeiderspers, Amsterdam 2018

Met haar debuutbundel Habitus maakte Radna Fabias (1983) op overdonderende wijze haar entree in de Nederlandse poëzie. De bundel werd uitsluitend lovend besproken en tevens bekroond met de C. Buddingh’-prijs en de Awater Poëzieprijs.

Fabias werd geboren op Curaçao en studeerde aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Het Caribische eiland waar ze geboren en getogen is, en het land waar zij nu woont spelen beide een centrale rol in deze bundel. Haar gedichten roepen een beeld op van tropische eiland, waarbij ze met haar ironie en veelvuldig en scherp gebruikte stereotyperende readymades de clichés over het idyllische leven en landschap te lijf gaat. ‘Met overdonderde kracht sleurt ze de lezer mee in een broeierig tussengebied,’ aldus de jury van de C. Buddingh’-prijs.

In Habitus klinkt een beschouwende en tegelijkertijd subversieve stem die kritisch en met lef thema’s als herkomst, identiteit en lichamelijkheid onderzoekt. In het laatste deel van de bundel voert Fabias het personage van een migrant op (Fabias noemt haar ballotant) en weet hiermee overtuigend op kritische en ironische wijze de Nederlandse houding tegenover migranten neer te zetten (‘de ballotant is beter verklaard – of op z’n minst zo goed als het worden zal - / maakt nauwelijks nog taalfouten / klinkt als een nieuwslezeres’. Deze stem weet alle ruimte die de poëtische vorm biedt te benutten. Sommige gedichten zijn verhalend en maken deel uit van een serie, andere zijn kort. Een ultrakorte regel kan gevolgd worden door een die de bladspiegel opzoekt. Soms zijn de gedichten helder en precies, maar regelmatig ook experimenteel en conceptueel. Deze poëtische verscheidenheid weet de bundel een extra lading mee te geven en het schipperen tussen twee werelden, het onderzoek naar identiteit en bestemming extra kracht bij te zetten.
Het sterke gedicht ‘gieser wildeman’ stelt vrouwelijkheid en de positie van de vrouw aan de orde. Vanwege de continue herhaling, het doordreunende ritme, de humor en de ironie blijft dit gedicht onvermijdelijk in je herinnering hangen. Een gedicht dat het in zich heeft een poëtische klassieker te worden:

gieser wildeman is een stoofpeer
ik ben een vrouw
[…]

een man is geen hobby
een man is geen hobby
een man is geen hobby

een man is geen strafregel
een man is geen troon om met gekruiste benen op te zitten als een dame
ik ben geen dame
ik ben een vrouw


Feline Streekstra