Genomineerd
Genadeklap   van Willem Jan Otten
Van Oorschot

Waar eerder werk van Willem Jan Otten nog zocht naar manieren om te kunnen geloven, spreekt in Genadeklap een dichter die dat geloof hééft, en die daardoor alleen nog het risico loopt het te verliezen of te verloochenen. Deze dreiging neemt zeer aardse vormen aan, want Genadeklap is een persoonlijke, rauwe bundel, over het lelijke gezicht van de dood, over het lelijke gezicht van de mens in doodsangst, over de mens die moeite heeft om niet zozeer in God, maar in het eindige leven te geloven. Ieder gedicht is een ontmanteling, ook die van de Amerikaanse dichter John Berryman, waarvan er magistrale vertalingen zijn opgenomen. Maar Otten zou Otten niet zijn als hij niet juist middenin die duisternis de woorden zou vinden om naar het licht toe te schrijven.

Uit het juryverslag bij de nominatie


DE ENE TEL


Toen mijn vader bijkwam uit de coma
volgend op gestorven zijn
en weer pneumatisch teruggebeukt
waarbij zijn borstbeen werd gekraakt,
heeft hij mij tijdens een bezoekuur
plotseling verteld dat daar,
waar hij dus niet meer was,
maar aangekomen was hij evenmin,
dat daar een koor geklonken had.

Een koor, jawel.
Gemengd. Onzichtbaar.
Maar het zong.

Zelfs hij, die alle muziek
bij naam en toenaam kende,
wist niet wie zongen,
noch de componist.
Toch kende hij het stuk.

Het klonk, en hij begreep
dat hij alleen maar op moest letten
wachtend op de ene tel
waarop hij in kon vallen.

Aller ogen, zei hij,
waren nu op mij gericht,
ik kende de muziek

en voelde hoe de ene tel
mij naderde – de ene rust

waarin mijn inzet werd verwacht,
en ja, deed ik het niet –

Hij keek me met opgetrokken schouders aan,
verontschuldigend.
Ik had niet ‘en?’ gezegd.

De apparaten van Intensive Care
zoemden een tel rust.
Toen zei hij glimlachend
ik heb het niet gedaan.

Ach, goede moordenaar,
niet hedenavond, nee,
al gisteren ben jij
in het koninkrijk gegaan,
jij wachtende op de voorgoed
jou naderende tel.

© Willem Jan Otten
Genadeklap, Van Oorschot, Amsterdam 2018

In het recente werk van Willem Jan Otten wordt altijd door onze vertrouwde werkelijkheid naar een andere werkelijkheid gekeken, een werkelijkheid die de eigen ervaring en gewaarwording overstijgt. Zo ook in Genadeklap, Otten’s eerste bundel in zes jaar. Deze houding is duidelijk religieus (in Otten’s geval katholiek) gemotiveerd. Het maakt zijn werk in hoge mate reflectief en introspectief, maar zonder het alledaagse en het aardse uit het oog te verliezen. Dat zit in de beelden die helder en herkenbaar zijn en in de taal van zijn gedichten die uit vele registers weet te putten: verheven, puntig, spreektalig, muzikaal, abstract en direct.

De gedichten gaan over grenservaringen, zoals verlies en een naderende dood, maar ook over de liefde voor een echtgenote, in het alledaagse van nu en het klassieke verhaal van Penelope en Odysseus. De wijze waarop Otten de complexiteit van voortdurend in beweging zijnde gevoelens verwoordt, getuigt van een groot inlevingsvermogen. Al waar Otten’s gedichten naar wijzen zijn vragen over de vervulling van het leven en wat hij laat zien is dat die vervulling zowel uit verlangen als overgave bestaat.
Genadeklap stelt cruciale vragen over de realiteit en de plek van de mens in het alomvattende waar de werkelijkheid een onderdeel van is.

Jan Baeke