Genomineerd
Onze kinderjaren van Xavier Roelens
Atlas Contact

Xavier Roelens heeft met Onze kinderjaren een dichtbundel gecomponeerd als een partituur. De vroegste jeugdherinneringen van 365 mensen vormen de humuslaag waarop 77 gedichten groeiden. De dichter sprak ze persoonlijk en dichtte terugtellend tot 1911 een eeuw aan persoonlijke herinnering aan elkaar. Roelens brengt de losse eindjes van deze herinneringen samen tot één magistraal, rafelend weefwerk. Iedere stem klinkt anders, elke herinnering creëert volslagen nieuwe beelden. Van de smurfen tot Harry Potter, van barende moeders tot gebombardeerde steden: de twintigste eeuw trekt in al haar vormen aan ons voorbij. Geluk of ongeluk hebben hier geen relevantie, echt gebeurd of fantasie al evenmin, en de lezer die op zoek gaat naar een uiteindelijke betekenis komt bedrogen uit. Met dit ambitieuze, prikkelende en inspirerende project laat de dichter overduidelijk zien dat herinneringen bestaan uit taal, en dat ze op dromen en verhalen lijken.

Uit het juryverslag bij de nominatie



GE ZIJT VIJF EN en ge raakt
de tel kwijt aan de
spoorbrug
de paarden die dood en
de varkens op

straat en dat ingestuikte
huis en gij wacht op
uw pa en ge ziet wat ge nooit op
een blad ooit gaat natekenen hoe de
littekens zuigen aan ’t ineengedoken uit het brandbaarste hout gekalefaterde
lijf hoe ge maar een kwart
lichaam van doen hebt om u
driekwartlichaam te voelen ge kunt dat niet in
negatief gieten hoe
schorsenhuiden rond
uw leegte gedrapeerd liggen hoe ge ondergronds
uw blik hebt beroofd van zijn
hartklep hoe
kneuzingen in
kaarsvet
het bloed van onder
uw nagelen trekt. en ge luistert wreed stil naar
uw haar dat
leekt en ge wacht op
uw pa die de
tandem al heeft overgedregen het is lijk dat ge schellekes

hesp af kunt snijden zo open
de schoften daar liggen ge zijt vijf en ge raakt
de tel kwijt van
de bloedvaten al dat
opgezogen roodhout met
de ruggengraat tussen
de poten en haar
manen tussen

uw tanden ge hoeft niet te verbergen dat
uw hoofd aan
de brug hangt te druipen als
waterverf op
het papier dat ineentrekt wanneer
uw pa komt u komt halen kunt gij niet expliqueren hoe ge
vanaf nu zijt uitgeteld op
een bed van
tijd met
haken en
ogen gelapt en met twee van die
hoofden van voor een en vanachter opdat
ge van
uzelf wegkijken kunt

© Xavier Roelens
Onze kinderjaren, Atlas Contact, Amsterdam 2018

Voor Onze kinderjaren vroeg Xavier Roelens 365 personen naar hun vroegste herinnering. De enorme hoeveelheid feiten, anekdotes en referenties aan populaire cultuur, kinderhelden, gewoontes, gebruiken, merken en producten die uit die herinneringen naar boven kwamen, smeed hij om tot 77 gedichten waarin hij de lezer meeneemt op een roadtrip door de geschiedenis van de twintigste eeuw.

Roelens beoogt geen verklarende en feitelijke geschiedschrijving. Hij kiest immers voor poëzie en laat de vele referenties op een associatieve manier met elkaar oplopen, tegen de achtergrond van die geschiedenis. Persoonlijke herinneringen botsen zo op historische feiten, waarmee Roelens nog eens onderstreept dat herinneringen altijd een reconstructie zijn die wordt gekleurd door latere ervaringen en in deze bundel dan ook nog eens door de dichter die de herinneringen in de vorm van poëzie manipuleert.

Xavier Roelens’ poëzie is beweeglijk, brengt soms bij iedere zin een nieuwe referentie het gedicht in. Het illustreert de rijkdom van de geschiedenis en de persoonlijke herinnering, maar omdat het zicht op de eventueel daaronder schuil gaande verbanden ontbreekt wordt van de lezer een andere dan de gebruikelijke leeshouding gevraagd. Roelens’ poëzie moet dan ook eerder worden beleefd dan gelezen en geïnterpreteerd. Dat is bevrijdend en laat zien hoe beperkt het primaat van de verklaring is om de wereld te ontdekken.

Jan Baeke